roeien.nl knrb.nl KNRB store
Mijn RoeienMijn Vereniging
Nieuws Artikel

Bestuursblik: Eric Mink (Commissaris Roei-infrastructuur)

In deze rubriek deelt het KNRB-bestuur waar zij zich de afgelopen tijd mee bezig hebben gehouden. Deze week geeft Eric Mink, Commissaris Roei-infrastructuur, een kijkje achter de schermen en vertelt hij over de recente ontwikkelingen en activiteiten binnen de KNRB. 

Terugblik

Afgelopen jaar was, na het geweldige olympische jaar 2024, wederom een heel succesvol roeijaar. Niet alleen vanwege de recordoogst aan medailles op het WK, maar zeker ook vanwege de doorzettende groei van het aantal lidverenigingen van de KNRB (inmiddels 127), maar ook de groei van het aantal roei-evenementen roeiers in Nederland. Zonder de cijfers voor de jaarrapportage 2025 te kennen, verwacht ik dat we de magische grens van 45.000 actieve roeiers gaan doorbreken.

Groei in de breedte

Inmiddels zijn we qua aantal sporters de twintigste sportbond van Nederland. De groeicijfers die we als roeibond laten zien zijn (bijna) ongeëvenaard. Sinds 2019 betekent dit – ondanks COVID – een ledengroei van 21%. In de top 50 van sportbonden uit de jaarlijkse NOC-NSF-rapportage “Zo sport Nederland”, zijn er maar 7 andere bonden die in die periode ook dubbele cijfers qua groei hebben laten zien (dit betreft de bonden voor sportvisserij, tennis (incl. Paddel), klimmen, basketbal, golf, squash, rugby en cricket).

Uit het overzicht met groeiende en krimpende bonden is moeilijk een lijn te trekken. Zelf denk ik o.b.v. gesprekken dat het feit dat roeien op latere leeftijd geleerd en beoefend kan worden, verschillende mogelijkheden kent (recreatief-, midweek-, para-, toer-, marathon, coastal- en wedstrijdroeien) en in wisselende samenstellingen kan worden gedaan, een groot voordeel is. Mensen raken er minder snel op uitgekeken dan op andere sporten. Variatie is echter ook bij roeien belangrijk, dat kan bijvoorbeeld via het midweekroeien waar al regelmatig op elkaars vaarwater wordt geroeid.

Met de groeipotentie dankzij het grote aantal uitbreidingen en verbouwingen, de kansen voor zowel nieuwe gladwater- als coastallocaties en de samenwerking met andere roeibonden zoals gig- (DPGA) en sloeproeiers (FSN), lijkt er ook de komende jaren behoorlijk wat ruimte voor groei.

Is het dan alleen rozengeur en maneschijn? Zeker niet. Sommige verenigingen geven aan het steeds moeilijker te vinden om het ledenaantal stabiel te houden of groei te bereiken. Tijdens o.a. de regiobijeenkomsten, algemene vergaderingen en congressen van de roeibond worden ervaringen goed worden uitgewisseld tussen verenigingen. Positieve zichtbaarheid en laagdrempeligheid lijken cruciaal, net als aandacht voor leeftijdopbouw, goede instructie en begeleiding van nieuwe roeiers, bijvoorbeeld door te monitoren of ze in de eerste twee jaar nog regelmatig op de club zijn en in een vaste ploeg roeien.

Samenwerking gemeenten

Goede samenwerking met gemeenten is cruciaal. Roeiers zijn geliefd, maar soms wat onbekend. En onbekend maakt onbemind. Contact hebben met gemeenten is cruciaal, bijvoorbeeld vanwege de hoeveelheid aan mogelijke subsidies. Onderstrepen dat roeiverenigingen relatief zelfvoorzienend zijn en niet veel vierkante meters van de schaarse openbare ruimte vragen, is vaak een goede gesprekstarter. Voor bekendheid, maar ook voor ondersteuning.

Wethouders zitten te springen om betaalbare sportaccommodaties vooral bij nieuwbouw. Het starten van een nieuwe roeivereniging is voor gemeenten een goedkope oplossing dus in vergelijking met bv zaal- of veldsporten. De commissie nieuwe verenigingen werkt gestaag door aan de realisatie van verenigingen langs de lijnen van de witte vlekkenkaart, en stapt ook in op initiatieven daarbuiten. Zaak is wel dat het van binnenuit moet komen. Een gedreven clubje roeiers die een vereniging start is essentieel. Na een opstartfase komt de consolidatiefase waarin besturen en commissiewerk belangrijker wordt. De praktijk leert dat in de meeste gevallen vanaf een omvang van zo’n 100 roeiers sprake is van een robuuste vereniging.

Veiligheid en roeiwater

Gemeenten en vaarwegbeheerders zijn ook nodig voor behoud van kwalitatief goed en veilig vaarwater. Het is zaak goed in de gaten te houden welke initiatieven genomen worden bij bijvoorbeeld onderhoud op en rond de vaarwegen. Ook het afgelopen jaar zijn er weer gevallen geweest waar de vaarweg dreigde te verslechteren doordat roeiverenigingen ondanks de roeiwaterenkaart te laat in beeld kwamen voor inspraak.

Foto: Groene Hart Marathon, door Laurens Morel

Zorgen dat je als vereniging bekend bent met de processen op en rond het vaarwater en aangemeld zijn als belanghebbende bij de instanties draagt daaraan bij. Uiteraard is er altijd ook de commissie roeiwateren die met haar brede ervaring en contacten bij andere (landelijke) organisaties kan helpen en in 2026 ook focust op de herziening van de richtlijn vaarwegen van Rijkswaterstaat.

Voorkomen is beter dan genezen, vandaar de gesprekken met gemeenten en aandacht in opleidingen voor veiligheid. Toch was ook in 2025 sprake van een aantal serieuze ongevallen. De commissie veiligheid ondersteunt verenigingen desgewenst bij de analyse van zulke incidenten. Om er met zijn allen van te leren.

Inzicht in incidenten met (mogelijk) serieuze impact is cruciaal. Daarom is de incidentenmelder in 2025 laagdrempeliger gemaakt en is o.b.v. gerapporteerde incidenten de eerste jaarrapportage veiligheid verschenen. In gesprekken met vaarwegbeheerders en met andere vaarweggebruikers is het hebben van data cruciaal. Hoe meer informatie over toedracht, locaties en impact van (bijna-)ongevallen, hoe beter het gesprek kan worden met instanties over veiligheid. Bij voorkeur ter voorkoming. Vandaar deze oproep om incidenten uit 2025 alsnog te melden aan de adviescommissie veiligheid, dan kunnen ze worden meegenomen in de jaarrapportage over 2025. Ideeën voor veiligheidsverbetering zijn ook in te dienen via het loket voor de innovatieprijs, de inschrijving is geopend t/m 31 maart 2026!

Wil je reageren op deze blogpost? Mail dan naar [email protected]

KNRB Innovatieprijs